Verwaarlozing

Bron: A.V. Pronkjuweel

Een grote vijand van onze liefhebberij is de alom bekende alg, welke in verschillende vormen voor kan komen. De grootste vijand is echter de verwaarlozing, lees gebrek aan onderhoud, welke onze liefhebberij geheel kapot kan maken.

In het verleden werd ik eens opgebeld door een aquariaan, welke wij voor het gemak maar meneer X noemen. Hij vroeg mij wat of het wel kon zijn wat zijn vissen scheelden, ze deden zo raar, ze tolden als gekken door de bak in allerlei standen, of ze dronken waren. Wel hier wist ik geen raad, omdat ik het geval niet had gezien. Meneer X echter was zo verstandig geweest alle nog levende vis, er waren er al meerdere dood gegaan, er uit te scheppen en in een nog bestaande bak te deponeren, waar ze na een poosje weer lustig in het rond zwommen. Ik kwam derhalve bij een bak zonder vissen.

De bak zag er als volgt uit. Aan de rechterkant stonden een massa planten, waarmee wel een heel aquarium kon worden gevuld, er was zelfs haast geen ruimte voor kleine vissen om daar te zwemmen. Ze moesten door de planten heen kruipen. In het midden en de linkerkant stonden ook nog zeer veel planten, waarmee ook nog wel een klein aquarium te beplanten was. Op de bodem aan de linkerkant en in het midden lag een laag vuil, die wel van enkele maanden moest zijn geweest en aan de rechterkant lag een laag vuil die niet meer te zien was, omdat die wit uitgeslagen was van de schimmel. Verder was de voorruit nog zo groen, dat ik er nog net doorheen kon kijken.

Een erbarmelijke toestand dus. Ik had dan ook al gauw begrepen dat dit een geval was van langdurige verwaarlozing. Wat was echter de oorzaak van het rare gedrag van de vissen? Nu op het eerste moment dachten wij aan dronkenschap, daar er zoveel schimmel op de bodem lag en deze natuurlijk was gaan gisten. Het idee om de vissen eruit te halen was dus zeer goed geweest, temeer ook omdat ze in het andere water weer lustig rondzwommen.

Maar wat aan deze puinhoop te doen? We zijn begonnen met eerst al het vuil van de bodem te hevelen. Er was echter een wasknijper nodig om onze neuzen dicht te knijpen, vanwege de stank die van dat water af kwam. Afijn, wij hevelden rustig verder, met onze neus ver van de stank verwijderd. Toen dit was gebeurd en er ongeveer een derde van het water was afgeheveld, hebben wij de planten eens onderhanden genomen.

Dit was een heel karwei en we hebben dan ook een paar emmers eruit gehaald, die we niet meer konden gebruiken. Veel planten zaten dermate onder de alg, dat de kleur ervan niet meer was te onderscheiden. Vooral de vaantjesplant, die toch heel lichtgroen is, was soms helemaal blauwgroen en vooral het gedeelte dat aan de oppervlakte had gedreven. Na een hele avond trekken en planten waren we zover dat het geheel weer goed toonbaar was. Meneer X werd aangeraden eerst de bak een paar dagen af te hevelen. Er zweefde namelijk nog zoveel vuil rond, dat we niet verder dan ca. 2 cm in de bak konden kijken. Als dit vuil was gezakt, moest dat natuurlijk weer worden afgeheveld.

Deze raad werd echter in de wind geslagen en op de raad eerst enkele gewone vissen in de bak te doen om te zien hoe die zich hielden, werden een paar dagen later enkele hiervan er in gedaan en weer een paar dagen daarna de hele bezetting, daar de eerste geen dronkenschap verschijnselen meer toonden.

Na een week spraken we elkaar weer en zei meneer X dat hij hetzelfde geval weer had gehad. Hij heeft toen de zondag daarop meer dan de helft van het water afgeheveld en weer bijgevuld met leidingwater. Ik ging er dus weer eens heen en merkte tot mijn verbazing dat het vuil dat was gezakt, nog niet was afgeheveld. We spraken dus af dat ik weer een avond zou komen en toen hebben we alles gereinigd wat maar een beetje smerig was en de bodem schoon gezogen tot het een nieuw ingerichte bak leek. Het water is er geheel uitgehaald, op ca. 5 cm na en weer bijgevuld en nu maar hopen dat het nu goed gaat.

Wat is echter de werkelijke oorzaak van dit verschijnsel? Nu dat kan diverse oorzaken hebben. Ten eerste de voer-gewoonten. In deze bak werd steeds op één plek gevoerd, wat op zich wel juist is, maar wat hier waarschijnlijk fout was. Aan de rechterkant van de bak was namelijk de plantengroei zodanig, dat er haast geen vis meer kon zwemmen. Het voer, dat daar dus werd gegeven, werd voor een deel niet opgegeten (het voer bestond voornamelijk uit droogvoer). Gevoegd bij het vele vuil en eventuele dode vissen krijgt men hier dus eiwitrotting. Bij deze rotting kwam zwavelwaterstof, ammoniak en C02 vrij.

Ten tweede het niet uitdunnen van de planten. De planten groeien altijd naar het licht, maar als de waterplanten aan de oppervlakte zijn gaan ze drijven. Er ontstaat dus een laag planten aan de oppervlakte, die het licht haast niet doorlaat. Het gevolg is dat op de bodem zuurstofarmoede komt.

Daar er niet werd doorlucht, bleef het water nagenoeg op zijn plaats. Ook de vissen brachten het niet veel in beweging, daar het hoofdzakelijk kleine vissen waren. Het afval dat op de bodem terechtkomt, moet verrotten en worden opgenomen door de planten. Daar er onderin niet veel zuurstof aanwezig was, gaan de planten daar langzamer groeien en nemen minder afvalstoffen op. Rotting vereist veel zuurstof en daar er hier niet veel aanwezig was, werd dit proces dus gestagneerd en op sommige plaatsen stopgezet.

Als dit proces stopt ontstaat er uit dit afval geen voeding voor de planten, maar wordt er geproduceerd: ammoniak, zwavelwaterstof en methaan. Ammoniak is een verbinding van waterstof en stikstof. Zwavelstof is een verbinding van zwavel en waterstof en is zeer giftig en het stinkt erg (vandaar die wasknijper). Methaan is een moerasgas of mijngas, dus ook giftig.

Het is dus zeer waarschijnlijk dat deze gassen zich in het water bevonden en dat de vissen langzaam maar zeker werden vergiftigd. Het zenuwstelsel werd aangetast en ze gingen derhalve tollen als gekken.

Dit hele geval was te voorkomen geweest door:

  1. Regelmatig afhevelen van het teveel aan vuil.
  2. Regelmatig de planten inkorten.
  3. Het doorluchten van de bak, waardoor er in de bak zuurstof komt (niet van die luchtbellen, maar van het in beweging komen van het oppervlaktewater).

Laat u het dus niet zover komen als bij meneer X, die zover was, dat hij zijn bak een schop wou geven, waardoor er weer een aquariaan verloren was door eigen onachtzaamheid.