Flora

Didiplis diandra

Bron: maandblad A.V. Pronkjuweel, Groningen
Door: Peter Bus

De Nederlandse benaming is Amerikaanse waterpostelein, Het is één van de meest geliefde soorten aquariumplanten. Evenals de Rotala en Ammania soorten behoort zij tot de familie der Lythraceae. Het geslacht Didiplis omvat slechts drie soorten, waarvan de Diandra uitermate geschikt is voor het tropisch aquarium.

Didiplis diandra vindt zijn verspreidingsgebied in de gematigde zone van Texas, Florida en Mexico. Het is de enige Amerikaanse soort. Doordat de plant weinig naar Europa en dus ook naar Nederland wordt geïmporteerd, zijn we hier meestal aangewezen op planten die of in de huiskameraquaria of in de kwekerijen worden gekweekt. Dit zal dan ook wel één van de redenen zijn dat we ze niet regelmatig, tot bijna niet meer in de handel aantreffen.

Didiplis diandra is in de gematigde zone éénjarig. In het zuiden van Amerika en in Mexico groeit ze ‘s zomers meest aan land. ‘s Winters, bij hoge waterstand, overwintert ze gemakkelijk in submerse vorm en wordt zo een doorlevende plant. We kunnen ze dan ook blijvend als onderwaterplant in onze aquaria houden, mits we in hun noodzakelijke levensvoorwaarden voorzien. De bladeren van de landvorm zijn slechts weinig breder dan de bladeren van de onderwatervorm. Het interessante van deze plant is dat zij onder water veel gemakkelijker bloeit dan boven water. Al te veel moeten we ons echter van deze bloei niet voorstellen, want de bloemen zijn zo klein dat ze soms nauwelijks in de bladoksels zijn te bespeuren.

De onderwater geplante stekjes schieten meestal gauw wortel en verlengen hun stengels naar het wateroppervlak toe. Daarbij vertakken ze zich veelvuldig en vormen zo sierlijke struikjes. De opgerichte stengels bereiken in het aquarium ongeveer een lengte van 25 tot 30 cm. en zijn zeer dicht bebladerd. De bladeren worden ongeveer 1 tot 2 cm. breed en zitten zo dicht op elkaar dat het net dennentakjes lijken. De bladeren zijn namelijk naaldvormig smal tot lijnvormig en fris tot olijfgroen en meestal aan de uiteinden roodachtig. Bij groei onder water vertakt Didiplis diandra zichzelf voldoende en is het dan ook niet nodig om te stekken, of men moet dit al doen om een mede aquariaan een plezier te doen. Doordat het onderste deel van de stengel van de Didiplis diandra zeer breekbaar is, is de plant niet geschikt voor aquaria waarin vissen huizen die in de bodem woelen. Evenmin is zij geschikt voor bakken met snel zwemmende vissen. De stengels zullen afbreken en spoedig aan het wateroppervlak afsterven. De vermeerdering van onder water gehouden planten is daarom langzaam en niet gemakkelijk.

Wanneer we ze in schalen of terraria onderbrengen, waarin hun groei zeer intensief is, vermeerdert deze plant zich veel beter. Lage boven water gekweekte planten zetten we dan onder water in het aquarium. Daar passen ze zich zeer snel aan. De niet ingewortelde stengeldelen slaan slechts dan aan als ze rustig staan; dus alleen in gezelschap van, zoals eerder gezegd, rustige visjes en geen woelers.

Didiplis diandra kan men praktisch in ieder aquarium houden en verdraagt zowel zacht als ook middelhard water. Ze is een aangewezen plant voor de midden zone in het aquarium. Op een goed belichte plaats en bij middelhard water overheerst de frisse groene kleur, terwijl bij halfschaduw en lichtzuur water de bladeren roodachtig worden, vaak met goudachtige punten, maar de stengels zijn dan wel breekbaarder. De plant is niet warmte verlangend en aan een temperatuur van 15 tot 22 graden Celsius heeft zij meer dan voldoende.

Ze groeit gemakkelijk op een vuile (ongewassen) zandbodem. In het aquarium planten we ze in groepjes van 8 tot 10 plantjes. Als we merken dat de plant zijn onderste bladeren verliest, moeten we ze meer licht geven of verplaatsen naar een lichtere plaats in het aquarium, want dit bladverlies is vrijwel zeker een gevolg van te weinig licht in het aquarium.