Dinsdag 24 januari 2012

Wegens nog steeds te drukke werkzaamheden van uw redacteur valt de eerste... (lees meer)



Huiskeuring 2011, de foto's...!



augustus 2011, Dhr. C.A. Kuiters

 

Tanganicodus irsacae

Tanganicodus irsacae is een kleine, actieve cichlide die in de branding van het ondiepe water van het Tanganyikameer voorkomt. Hij wordt maar 7 cm groot en is de kleinste grondelcichliden. Aangepast als hij is aan zijn natuurlijke biotoop heeft hij een stel krachtige borstvinnen om zich in het turbulente water aan de stenen ‘vast te klampen’.
Tevens heeft hij een gedegenereerde zwemblaas, wat hem een ander voordeel geeft:
op deze manier wordt hij minder snel met de branding meegevoerd. Hij zwemt door de gedegenereerde zwemblaas op een huppende manier. Deze grappige manier van zwemmen heeft hem en enkele andere op hem gelijkende bewoners van de ondiepe wateren van het Tanganyikameer de bijnaam ‘Clowncichlide’ opgeleverd.
Met zijn spitse, onderstaande bek schraapt hij de algen met de kleine beestjes ertussen van de rotsen. Algen staan dan ook als hoofdmenu op het programma.

Als zich een koppel heeft gevormd kan er heel leuk gedrag waargenomen worden, deze soort behoord namelijk tot de bi-parentale muilbroeders. Dat wil zeggen dat zowel het mannetje als het vrouwtje de broedzorg verzorgt.
Het hof maken van het mannetje gebeurt door snel om het vrouwtje heen te zwemmen en te stoten tegen haar buik. Het gevolg is een stuk of 10 oranje eitjes die het vrouwtje in haar bek neemt. Daarna neemt het vrouwtje wat sperma in haar bek, zodat de eitjes bevrucht worden.

Het vrouwtje houdt de eitjes een week of twee in haar bek, waarbij ze maar spaarzaam eet. Na twee weken zoekt ze het mannetje letterlijk op en geeft de dan kleine jongen over aan het mannetje. Dit heeft een groot voordeel met betrekking tot het verzwakken van het vrouwtje. In tegenstelling tot veel andere muilbroedende cichliden heeft zij dus maar 2 weken waarin ze niet zoveel kan eten. Muilbroedende vrouwtjes van andere soorten hebben soms een periode van 4 á 5 weken waarin ze de jongen noodgedwongen in hun bek houden.

 

Het mannetje gaat nu de periode in waarin hij maar spaarzaam eet en in het begin nog heel stoer probeert andere vissen te verjagen. Dit is grappig om te zien, want na een tijdje ligt hij na een spurt huppend zwemmen letterlijk met een volle bek uit te hijgen op een steen.
Die bek wordt steeds voller en na twee weken draagtijd van het mannetje worden de kleine jongen gefaseerd losgelaten. Beide ouders houden de jongen nog een tijdje in de gaten, maar de jongen zijn al heel snel zelfstandig en werkelijk prachtig om te zien.
De blauwachtige stippen die de jongen hebben zullen zich snel ontwikkelen en zijn als de jongen ongeveer 1 cm groot bijna van dezelfde grootte als die van de ouders. Verder zijn het gewoon mini-Tanganicodus met dezelfde grappige huppende zwemstijl. Ze lijken, ook als ze nog heel jong zijn, precies op hun ouders.

Om dit prachtige visje in een aquarium te houden is het verstandig om met een aantal jonge exemplaren te beginnen en daar in een later stadium een koppeltje uit te laten vormen.
Als ze nog jong zijn kunnen ze in een aquarium van 100x40x40 verzorgd worden.
Volwassen exemplaren raad ik aan wat groter te huisvesten, mannetjes kunnen zeer agressief zijn. Uiteraard wordt een flinke stroming met zuurstofrijk water op prijs gesteld, bij een watertemperatuur van ongeveer 26 graden.
Een flinke belichting van het aquarium zal de algen groei ten goed komen. In tegenstelling tot een hoop vissen schrikt veel licht deze visjes niet af, ze komen in de natuur immers ook voor onder de felle tropenzon.
Het aquarium moet rijkelijk voorzien zijn van stenen op de bodem, enkele planten van de soort Vallisneria spiralis kunnen de inrichting dan compleet maken.

Het hoofdvoer dient te bestaan uit Spirulina vlokken van een goed merk, aangevuld met ontdooide cyclops en garnalenmix. De cyclops of garnalenmix voer ik altijd na het voeren met Spirulina om te voorkomen dat ze eventueel teveel dierlijk voedsel ‘op een nuchtere maag’ krijgen.

Ik kan een ieder met een ondiep water Tanganyika biotoop of een speciaal aquarium deze karaktervolle prachtige visjes aanbevelen. Het zijn in de grotere aquaria de ideale medebewoners van Tropheus, die in hetzelfde gebied voorkomen.

Auteur: Art Landman
Fotografie: Carel Souwer

 
 
© Copyright Ciliata. Alle rechten voorbehouden.